Robert Cray | Al 45 jaar een Strong Persuader

Ik kan het me nog goed herinneren, Madonna staat al vier weken op nummer 1 met ‘Who’s That Girl’. De Pet Shop Boys hebben zich hoog in de Top 40 genesteld maar zullen snel een vrije val maken. Één Kopje Koffie van V.O.F. de Kunst blijft steken op nummer 5 en Los Lobos `La Bambadaad’ zich met zevenmijlslaarzen naar de top drie. De vreemde eend in de bijt in die lijst is Robert Cray, die met het nummer Right Next Door [Because of Me], een mix van blues en soul, naar de tweede plaats spint. Elf weken blijft de priemende gitaarsound van Robert Cray uit de speakers van mijn radio schallen en is sindsdien voor altijd verbonden aan mijn examenjaar van de middelbare school. Het lied gaat over een man die zijn burenruzie hoort maken, omdat de buurman heeft ontdekt dat zijn vrouw vreemd is gegaan. De man zit met een schuldgevoel, omdat hij degene is die de buurvrouw had verleidt. In het refrein wordt door Robert Cray gezongen, ‘Het komt allemaal door mij. Ze woonde hiernaast en ik ben nu eenmaal een goede versierder maar in feite was ze niet meer dan een stipje op de hals van mijn gitaar. Ze gaat de man verliezen die echt van haar houdt. In de stilte kan ik hun hart horen breken’.

Foto: Robert Cray | Turner-Cray Inc.

Cray heeft zich wat ongemakkelijk gevoeld bij het nummer omdat hij destijds werd gezien als vrouwenversierder. “Daar heb ik al lang geen last meer van”, zegt Cray lachend wanneer ik hem vroeg in de ochtend de vraag voorzichtig stel. “Het was misschien juist de beste internationale introductie die ik me kon wensen.”

Ik speel hetgeen ik voel

In de jaren tachtig staan de hitlijsten niet bol van de blues en is het ook voor Robert Cray een verrassing dat zijn vierde bandalbum `Strong Persuader’ zo’n enorm internationaal succes wordt. “We tekenden een contract bij een Major Record Label, Mercury. Zij gaven ons de kans om te doen waar wij het beste in zijn. De singles Smoking Gun en Right Next Door zijn trouwens geen rechttoe rechtaan bluesnummers”, legt Cray uit. “We laten daarop vooral het brede spectrum aan muzikale passie binnen de band horen en dat we geheel oprecht uitdragen wat we voelen. In de jaren tachtig was dat waarschijnlijk iets totaal nieuws, deze mix van verschillende disciplines, maar het was en is nog steeds onze unieke mix, waar we nooit van afgestapt zijn. Ik houd niet van muzikale hokjes en ik ben ook geen blues- of soulartiest, ik speel hetgeen ik voel. Dat tijden veranderen en daarmee het muzikale landschap, daar kunnen we niets aan doen natuurlijk. Gelukkig hebben we de tand des tijds doorstaan en zijn we nog niet vergeten.”

“Er worden geen filosofieën of ideeën meer uitgewisseld”

Foto: James L. Bass

Robert Cray wordt geboren in Columbus, Georgia op 1 augustus 1953 en leert in eerste instantie piano spelen. Zijn vader zit in het leger en de familie Cray brengt tweeëneenhalf jaar door op de Amerikaanse legerbasis in München. Daar wordt de fundering gelegd voor Robert zijn muzikale carrière. “Ik was 9, 10 en 11 jaar oud in die tijd. Mijn ouders hielden van dansen en hadden een prachtige platencollectie met jazz, blues, rhythm & blues en populaire artiesten uit die tijd waaronder Miles Davis, Cannonball Adderley, Sarah Vaughan, Bobby Blue Bland, B.B. King, John Lee Hooker en noem maar op. De zondag was gereserveerd voor de gospelalbums van mijn vader. Ik zong graag met al die verschillende liedjes mee. Op de militaire basis was een groot warenhuis gevestigd waar we konden kopen wat we verlangden. Alles werd vanuit de Verenigde Staten via een directe lijn daar geleverd, van levensmiddelen, huishoudelijke artikelen tot boeken en muziek, je kon het zo gek niet bedenken. Het nieuwste van het nieuwste was daar te koop tegen prijzen die het personeel van de US Army zich kon veroorloven. Ik kocht daar mijn allereerste single van de doo wop/rhythm-and-bluesgroep The Jarmels, getiteld A Little bit of soap.” Robert zingt met plezier de eerste regels voor me: A little bit of Soap, will wash away your lipstick on my face.

“Het was in die tijd veel makkelijker om via de radio geïnspireerd te raken”, vervolgt Robert. “Want alle soorten genres werden door elkaar gedraaid. Je hoorde The Beatles, Motown en daarna Bobby Womack, veelzijdiger dan tegenwoordig waarin radiostations zich vaak toeleggen op een bepaald genre. Vanaf het moment dat FM Radio werd geïntroduceerd werd het alleen maar slechter. Opeens was er aparte zenders voor rock, soft-rock, jazz en blues, alles werd uit elkaar gerukt en de luisteraars werden op die manier van elkaar gescheiden. Wanneer je geen diversiteit aanbiedt limiteer je de luisteraar, de toegang tot de wereld van de muziek wordt heel smal. Alles is tegenwoordig gecategoriseerd en de luisteraar kan geen verbanden meer leggen met de oorsprong en de ontwikkeling van de muziek. De één luistert rock en de ander jazz maar er wordt niet meer met elkaar gecommuniceerd. Er worden geen filosofieën of ideeën meer uitgewisseld waardoor het muzikale respect voor elkaar langzaamaan verdwijnt.”

“Ik voelde dat die bron in mij zat”

Wanneer de familie Cray terug naar de Verenigde Staten verhuisd ziet Robert in 1964 The Beatles in Washington. Een paar jaar later houdt hij zelf zijn eerste gitaar vast en is hij vastberaden om zelf ook een Beatle te worden. Want die mooie jongens met die glimmende gitaren zorgden voor al die schreeuwende meisjes, een trigger voor elke jongen met ambitie. Tijdens zijn middelbareschooltijd groeit zijn liefde voor de blues en soul muziek en begint hij net als zijn ouders vinyl platen te verzamelen van zijn blues en soul helden. Daar waar niet musicerende vrienden de weg van de modernere muziek volgen blijft Robert trouw aan de blues, rhythm & blues en soul, die muziek had zijn ziel geraakt. “Eerlijk gezegd heb ik me een lange tijd alleen maar verdiept in blues en raakte ik wat afgezonderd van de rest van de wereld”, geeft Robert ruiterlijk toe. “Ik kon me op een bepaald moment toch weer openstellen voor andere muziek. De muziek van het STAX label bijvoorbeeld, dat was muziek waar ik als kind al naar luisterde, die liefde kwam weer bovendrijven en ik begreep opeens dat ik die muzikale basis moest gebruiken in mijn muziek. Ik liet het gewoon gebeuren want ik voelde dat die bron in mij zat. Ik kon het nu eindelijk laten stromen en het stroomt tot op de dag van vandaag nog steeds.”

“We hebben het altijd samen gedaan als band”

Op zijn twintigste heeft Robert zijn idolen Albert King, Freddie King en Muddy Waters al live weten te aanschouwen. Hij besluit een eigen band op te richten, die al snel in de steden rond de Westkust actief is. Eind jaren zeventig woont hij in Eugene, Oregon, waar hij de Robert Cray Band vormt. “Wij speelden vóór ons grote succes al vijf avonden per week en tourden ook al voorzichtig in Europa. We waren eraan gewend om veel en hard te werken. We kwamen niet ‘out of the blue’ in deze wereld terecht. Waar we voornamelijk aan moesten wennen, toen we meer bekendheid kregen, was aan de grotere podia, de langere tours en de kilometers die we moesten maken”, kan Robert zich herinneren. “Ik was geen natuurlijke leider maar ik heb geleerd om een leider te zijn. Min of meer per ongeluk ben ik zanger en frontman geworden in die eerste periode. Ik heb doodsangsten uitgestaan in die tijd. Het was natuurlijk een grote verantwoordelijkheid omdat mijn naam op de poster stond. Ook al wordt er van mij verwacht dat ik de interviews doe en op het podium de redenaar ben, het is nooit Robert Cray en zijn side-muzikanten geweest. Ik heb sinds 1974 nooit iets anders willen doen dan hetgeen ik nu nog steeds doe. De eerste grote stap die we als de band zetten was spelen op het San Francisco Blues Festival in 1977. Producers Bruce Bromberg en Dennis Walker waren daar aanwezig en vroegen of we een album wilden opnemen en zo geschiedde. We gingen in 1978 de studio in en in 1980 werd ons debuutalbum uitgebracht onder de titel Who’s Been Talking.”

Persfoto: Robert Cray

“Albert Collins heeft een grote invloed op mij gehad”

Er volgen nog twee albums én een samenwerking met Johnny Copeland en Albert Collins getiteld Showdown!, dat een Grammy Award wint. Robert spreekt tot de verbeelding en tekent in 1985 bij het grotere Mercury Records. Zijn album ‘Strong Persuader’ uit 1986 wordt eveneens bekroond met een Grammy Award en het betekent de internationale doorbraak voor Robert Cray. De opvolger ‘Don’t Be Afraid Of The Dark’ uit 1988 levert hem een derde Grammy op en zet Robert Cray nog steviger in het zadel. Overal spreekt men lof over zijn warme soulstem, zijn uitstekende gitaarwerk en zijn vernieuwende geluid. Robert speelt op alle grote festivals en staat met sterren als Eric Clapton, Stevie Ray Vaughan, Jimmie Vaughan en Buddy Guy op het podium. Andere muzikale samenwerkingen gaat hij ook niet uit de weg en hij werkt mee aan albums van B.B. King, Albert Collins en vele anderen. Robert wordt in 1987 uitgenodigd door Keith Richards om lid te worden van de begeleidingsband van Chuck Berry in de film, Chuck Berry: Hail! Hail! Rock ‘N’ Roll en Tina Turner brengt met Robert een live-versie van het ‘Wilson Picket’ nummer 364- 5789 uit als onderdeel van haar Break Every Rule TV special. Toch klopt Robert zichzelf niet op de borst, dat ligt niet in zijn aard.

Johnny Copeland, robert Cray & Albert Collins

“Ik denk dat ik, in eerste instantie, geluk heb gehad dat ik met al deze helden heb mogen spelen. Deze grondleggers van de moderne blues waren vooral verheugd dat ze een jonge zwarte artiest zagen die hun muziek vertegenwoordigde in een tijd dat die muziek niet heel erg populair was, dat was waarschijnlijk de grootste reden. Ik werd geaccepteerd en ben zeer vereerd dat ik in hun aanwezigheid mocht verkeren, het waren dromen die uitkwamen. Al deze samenwerkingen zijn me even dierbaar. Ik kan me nog goed herinneren dan we voor onze High School diploma-uitreiking als klas een band mochten uitkiezen. We konden kiezen uit een rockband en Albert Collins. In de late jaren zestig speelde Albert Collins op veel rockfestivals en zijn shows waren adembenemend. Hij speelde met het publiek en liet zich op een rockfestival ook de kaas niet van het brood eten. Hij was op en top showman, die elk publiek voor zich wist te winnen. De reden waarom hij werd gekozen voor onze diploma-uitreiking. Hij heeft een grote invloed op mij gehad en we hebben als band de eer gehad om hem te mogen begeleiden in onze vroege jaren.

We mochten werken en opnemen met John Lee Hooker en voorprogramma’s verzorgen voor Muddy Waters en tijdens de toegift mocht ik altijd meedoen met het nummer Mannish Boy, wat een onvergetelijke ervaring is. Ook speelden we met B.B. King en mochten we als back-up band van Buddy Guy en Junior Wells prachtige shows spelen.”

“Eén van de gelukkigste momenten uit mijn leven”

Robert Cray verschijnt ook op twee nummers van B.B. King’s duet-album Blues Summit uit 1993: het duet tussen King en Cray, dat speciaal voor het project door Cray en Dennis Walker is geschreven en ‘Playin’ With My Friends’ heet, en het duet ‘You Shook Me’ tussen King en John Lee Hooker. Ook dit album ontvangt een Grammy Award en alles wat Robert aanraakt lijkt in goud te veranderen. “Deze ervaring en dit album ligt heel na aan mijn hart. Samen met mijn vriend Richard Cousins op basgitaar en gitarist Bobby Murray, die destijds bij Etta James speelden, stonden we met B.B. King, John Lee Hooker en Albert Collins in de studio en namen we deel aan deze opnamesessie”, vertelt Robert opgewonden. “Als tieners droomden we alle drie van een bestaan als bluesartiest, net als al onze leeftijdgenoten hun eigen dromen hadden, zoals dat hoort op die leeftijd. Met je hoofd in de wolken en vol gezonde overmoed. Eenmaal in de studio waren we omringd door al onze blueshelden. We keken elkaar aan en konden niet geloven dat we hier waren beland. Het had iets surrealistisch, iets euforisch. Een van de gelukkigste momenten uit mijn leven.” Vol ongeloof blikt Robert terug op die tijd en voegt eraan toe. “Ik heb met zoveel fantastische artiesten mogen spelen dat wanneer er iets op mijn pad komt ik het weer zal aangrijpen maar wanneer het niet meer komt, dan is het ook goed. Voor mijn gevoel heb ik niets gemist.”

“Een basisgroove kan alleen maar live neergezet worden“

Vanaf midden jaren negentig kan Robert Cray geen meer vuist maken in het veranderende muziek klimaat en raakt hij bij het grote publiek van de radar maar blijft onverminderd hard werken, albums maken en touren. In 2011 wordt Robert Cray opgenomen in de Blues Hall Of Fame. Vier jaar later staat Robert Cray veertig jaar op de planken en viert dat met een enerverende CD/DVD ‘4 Nights Out 40 Years Live‘. In 2017 ontvangt hij de Americana Music Lifetime Achievement Award for Performance en met het album ‘Robert Cray & Hi Rhythm‘ uit datzelfde jaar gaat een lang gekoesterde wens in vervulling. Namelijk een album opnemen met leden van de legendarische Hi Rhythm Section. “Dat zou ik graag nog wel eens over willen doen met de gebroeders Hodges”, vertelt Robert, hunkerend naar die mooie tijd.

Foto: Marco van Rooijen | Bluesmagazine.nl

“Ik heb een aantal keren met hen live mogen spelen samen met niemand minder dan Steve Potts op drums. Een fantastische ervaring met een andere groove en een heel andere feel dan ik gewend was. Ik houd van die spontaniteit en creativiteit, zowel op het podium als in de studio. Ooit waren we in een grote studio en tijdens één van onze pauzes liep er een muzikant van één of andere rockband, waarvan ik de naam niet meer kan herinneren, op de gang. Door de muren van hun opnameruimte kon ik het drumstel van die band horen. De muzikant zij, sorry voor de overlast maar dat is onze drummer die zijn partijen aan het inspelen is. Ik begreep niet wat hij bedoelde en hij legde me uit dat elke muzikant van zijn band één voor één hun partijen inspeelde in de studio. Ik kon me daar niets bij voorstellen, hoe doe je dat en vooral waarom doe je dat? Hoe kan je ooit een groove neerleggen wanneer een drummer in zijn eentje speelt. De enige manier om dat voor elkaar te krijgen is samen live spelen tijdens het opnemen, ik moet er nog steeds om lachen. Je kunt over een live-opname wel een zangpartij opnemen of een gitaarsolo, maar een basisgroove kan alleen maar live neergezet worden. Ik heb het nooit anders gedaan. De grote orkestrale producties van Dinah Washington met Quincy Jones en zijn orkest uit 1956, zijn allemaal opgenomen terwijl het orkest en de zangeres in dezelfde ruimte waren, Billie Holiday deed exact hetzelfde. Wanneer er ook maar één iemand een foutje maakte, kon alles weer opnieuw gespeeld worden. Alleen de allerbeste musici konden aan die opnames deelnemen. Daarom zijn al die opnames zo ontzettend goed, want tijd en geld gingen toen al samen en dat is tot op de dag van vandaag nog niet veranderd.”

“Op het podium daag je jezelf uit en laat je de inspiratie de vrije loop”

Het meest recente album van Robert Cray ‘That’s What I Heard‘, dat op 28 februari 2020 verscheen, is zijn twintigste studioalbum. Het is een mix van originele, zelfgeschreven songs en een aantal covers. Robert Cray nodigde Steve Perry en Ray Parker Jr. uit om mee te werken aan het album. Net als op al zijn vorige albums weet Robert op dit album een unieke brug te slaan tussen blues, soul, gospel en rhythm & blues. Wegens de wereldwijde pandemie heeft Robert en zijn band het album, dat voor hen een vijfde Grammy Award opleverde, nooit kunnen promoten. “De tour startte een paar dagen voordat het album uitkwam en 12 maart 2020 moesten we noodgedwongen de tour alweer stoppen. Niet veel mensen hebben de nummers van dat album live mogen horen”, vertelt Robert teleurgesteld. “Niet dat het een verloren album is hoor, het is vooral een tijdloos album, zoals ik al mijn muziek beschouw. Het is alleen jammer dat het album niet de aandacht heeft gekregen die het verdient. We zijn in augustus 2021 weer langzaam begonnen met touren daar waar het mocht en kon.

We hopen dat we tijdens de huidige tour het een beetje goed kunnen maken. Het maken van een nieuw album is altijd een combinatie van een goed plan en een natuurlijk proces. In aanloop naar dit laatste album heb ik met producer Steve Jordan [red: producer, muzikant en songwriter voor onder anderen John Mayer, Keith Richard, Eric Clapton, Alicia Keys, Saturday Night Live Band] ben ik begonnen met het uitzoeken van de juiste covers voor het album, waarbij het vooral draait om gevoel. That’s What I’ve Heard is niet zomaar een titel die ik heb uitgekozen, de covers van Sam Cooke en Curtis Mayfield zijn prachtige nummers die ik in mijn jeugd al hoorde. Daarnaast schreven we enkele nieuwe nummers en leverde bassist Richard Cousins ook een mooie bijdrage. Enkele nummers zijn spontaan geboren uit oefensessies die we deden voordat we de studio in gingen. Eigenlijk is dat de manier waarop we het altijd doen, we zetten een globale lijn uit en tijdens de opnames laten we het spontaan gebeuren. Toch is live spelen voor mij nog steeds het allerbelangrijkste. Hetgeen eenmaal opgenomen is ligt voor mij al in het verleden. Laatst reed ik met mijn vrouw naar huis na een show en wilde zij een nummer van mij draaien dat we hadden gespeeld tijdens de show die avond. Daar wilde ze iets over weten en ik dacht, vooruit dan maar en zo keek ik er ook bij”, weet Robert zich goed te herinneren want zijn vrouw vroeg: waarom trek je zo’n zuur gezicht? “Omdat ik al die dingen hoor die ik anders had moeten en kunnen doen tijdens de opnames, antwoordde ik. Nu kan ik er niets meer aan doen en erger ik me eraan. Op het podium kan ik daar gelukkig nog steeds een andere draai aan geven. Op het podium daag je jezelf uit en laat je de inspiratie de vrije loop. Elke show is weer een nieuwe uitdaging, een moment om nieuwe herinneringen te maken.”

“Achteromkijken is heel erg mooi maar vooruit kijken is even mooi”

Dat er gitaristen zijn die huizenhoog tegen de grootmeester opkijken vindt Robert een eer maar ook wat ongemakkelijk. “Wij keken op tegen al die muzikanten met die coole bijnamen, Muddy Waters, Howlin’ Wolf enzovoort. Ik kan praten over de grote B.B. King maar de huidige generaties praten over Robert Cray, dat is toch geen vergelijking? Het is ook niet uit te leggen dat ik opeens een soort voorvader ben, ik kan daar niet aan wennen. Dat er mensen zijn die de blues ontdekken via mijn muziek vind ik fantastisch maar ik blijf mezelf graag zien als die persoon uit vroeger dagen en dat gaat natuurlijk niet op, de tijd gaat altijd sneller dan je hoopt. In die begindagen konden we ons er geen voorstelling van maken dat we ruim veertig jaar later nog steeds ‘on the road’ zouden zijn.

Foto: Maroc van Rooijen | Bluesmagazine.nl

Dat is ook niet iets waar ik mee bezig ben geweest al die jaren. We zijn gewoon muziek blijven maken sinds dag één en dat is ons leven geweest tot op de dag van vandaag. Achteromkijken is heel erg mooi maar vooruitkijken is even mooi. Er is een boel veranderd maar het plezier in muziek maken is onverminderd groot.”

Laatste shows in Nederland

17 juli: Park City Live – Heerlen

22 juli: Effenaar – Eindhoven

Albumtip van Dé Blueskrant

Robert Cray | Nothing But Love

Website: Robert Cray

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.