Big Daddy Wilson | Blues komt nooit te laat.

Champion Jack Dupree, Louisiana Red, Eddie Boyd maakten van Europa hun thuis slaagden hier beter dan in de VS. Zelfs Luther Allison woonde 14 jaar in Europa vóór zijn grote doorbraak. Nu is er Big Daddy Wilson, een Amerikaanse zanger en songwriter die zijn thuis vond in Noord-Duitsland. Maar er is iets anders aan Big Daddy Wilson. Wanneer hij uit de VS vertrekt, zit de blues nog diep verborgen in de donkere uithoeken van zijn ziel en ontdekt hij de blues nota bene in Duitsland, waar zijn internationale carrière van start gaat. Op 10 september bracht Big Daddy Wilson zijn nieuwe album uit: Hard Time Blues. Zijn warme baritonstem zal zijn fans niet verrassen, maar producer Glenn Scott heeft wel wat extra dimensies aan Wilsons muziek toegevoegd. Het album is evenzeer een sociaal statement als een muzikale ervaring.

Big Daddy Wilson is een statig ogende man met een robuust postuur, zijn ogen zijn onzichtbaar door de donkere zonnebril die onder zijn hoed glinstert in het licht. Hij werd geboren als Wilson Blount in een klein stadje genaamd Edenton, North Carolina aan de oever van de Chowan rivier. Met minder dan 6000 inwoners bestaande uit 55% Afro-Amerikanen, waarvan 25% onder de armoedegrens leeft. “We waren arm, maar ik heb een heel mooie jeugd gehad”, herinnert Wilson zich.

“Mijn twee zussen en ik zijn opgevoed door mijn moeder en mijn oma. We leefden samen in een huis met nog een oom en een tante. Twee zussen van mijn grootmoeder woonden naast ons, één aan de linkerkant en een aan de rechterkant. Het was een klein familie straatje, zou je kunnen zeggen. We leefden een eenvoudig leven, we gingen elke zondag naar de kerk en doordeweeks naar school. Mijn vader en moeder waren niet getrouwd en leefden ook niet in hetzelfde huis. Mijn Vader woonde in een ander dorp en was een notoir figuur. Zijn bijnaam was Tomcat, hij was een ‘cool dude’. Voor mij is hij nooit een echt vaderfiguur geweest maar ik gebruik wel zijn voornaam Wilson. Ik hoorde pas op latere leeftijd van een paar neven dat hij een zanger was, en een goede ook. Ik wist dat hij een drinker was maar een zanger? In de zomervakantie werkten veel kinderen in de tabaksvelden, ik ook. Zo verdienden we wat zakgeld om naar de film te gaan bijvoorbeeld of wat betere schoenen dan die bij het schooltenue hoorden. In september en oktober was het katoenseizoen, dan gingen we daar in onze vrije dagen werken. Iedereen deed dat, het hoorde bij de gemeenschap waarin we in leefde.”

Foto: Beate Grams

Familieband

De vaderloze Wilson wordt ook doordeweeks naar de kerk gestuurd. “Dat zal hem geen kwaad doen, en het houdt de kleine Wilson vast weg van de straat en de drugs”, moet mijn moeder gedacht hebben, vertelt Wilson lachend. Naast de gospel in de kerk luistert de familie Blount naar het WRAP-radiostation vanuit Norfolk Virginia. Het is één van de weinige Amerikaanse radiostations dat sinds 1952 fulltime uitzondt voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap, met R&B, soulmuziek en black gospel, samen met nieuws- en praatprogramma’s. Vanuit zijn bed hoort de kleine Wilson onder meer Parliament-Funkadelic van George Clinton en van wat gespaard geld kocht zijn moeder een platenspeler met twee platen, één van Aretha Franklin en van Otis Redding.

“Er was sowieso veel muziek om ons heen, één van mijn neven speelde basgitaar en drums, hij leerde mij de basiskneepjes van het drummen op een snaredrum en een bassdrum. We formeerden een soort familieband met andere neefjes en ik was de drummer. Mijn kleinste neefje moest zo hard huilen dat hij niet bij de band zat, dat ze hem mijn plekje gaven achter de drumkit. Er bleef voor mij alleen een plek als zanger over en ik kon helemaal niet zingen. We kenden ook geen enkel liedje dus we verzonnen maar wat. Zo hebben we een tijdje aangemodderd en uiteindelijk is het allemaal verwaterd.”

Deserteur

Op de middelbare school was Wilson niet de grootste uitblinker en stapte te vroeg uit de schoolbanken en ging op zoek naar werk. Omdat hij een arme zwarte jongen was en in een kleine stad woonde, waren de banen schaars. Wilson vertrok noodgedwongen naar de bergen van North Carolina naar het plaatsje Cherokee, een Indianenreservaat. Daar was een Job Corps Center gevestigd waar ze jongeren begeleiden naar een baan of een diploma. “Het was meer een soort jeugdgevangenis met jongens tussen de 14 en 23 jaar die allemaal van school waren gestuurd, of op een of andere manier niet meer konden meedraaien. Er werd veel gevochten en het regime was streng”, zegt Wilson hoofdschuddend. “Als je daar een vak ging leren, als metselaar bijvoorbeeld, dan moest je je handelsdiploma halen en dat duurde drie jaar. Ik wilde daar het liefst zo snel mogelijk weg en de snelste manier was om me aan te melden voor het leger maar dan moest ik eerst mijn schooldiploma halen. Binnen zes maanden was ik geslaagd en ging in één streep door het leger in. Tijdens mijn tweede uitzending was ik net 19 jaar en werd ik in Duitsland gelegerd. Daar voelde ik me op geen enkele manier thuis, ik was erg jong en de taal was ingewikkeld, ik werd ziek van de heimwee. Ik had vernomen dat je verlof kon krijgen wanneer je ging trouwen, je kreeg zelfs nog wat extra tijd. Een vriendinnetje had ik wel maar ik had geen enkele intentie om met haar te trouwen maar dat maakte ik de leiding wel wijs. Zo vertrok ik naar huis en was vastbesloten niet meer terug te keren, ik was als het ware een deserteur. Mijn moeder vond het na zes weken welletjes en ik keerde met hangende pootjes terug naar Duitsland. Al mijn strepen werden afgenomen, ik onderging alle verbale kanonnades van mijn meerdere en de straf die mij opgelegd werd. Toch vond ik een manier om onder mijn straf uit te komen. De Generaal had gezegd dat iedereen die in het sportteam zat vrijgesteld werd van alle andere plichten. Binnen de kortste keren zat ik in het boksteam en zo zat ik mijn tijd in Duitsland uit.”

Foto: Nineke Loedeman

Simpele liedjes

Wilson ontmoet een paar jaar later Helga, een Duits meisje en blijft plakken in Duitsland. Het meisje is nu al 36 zijn steun en toeverlaat. Ze overtuigd hem om werk te maken van zijn talent. Talent waar Wilson zelf helemaal niet van overtuigd is. “Ik had Helga natuurlijk vertelt over mijn liefde voor muziek en ik zong de hele dag voor haar. Ze zei dat ze het mooi vond maar ik dacht zat ze dat zei om mij niet te kwetsen.” Een wenkbrauw achter Wilsons donkere zonnebril verraad zijn stiekeme knipoog. “Schrijven kon ik wel want ik schreef al heel lang gedichten. Vroeger moest ik op school al veel gedichten uit mijn hoofd leren en gospels zijn ook vaak opgebouwd als een gedicht. Voor mij dé manier om mijn gevoelens uit te drukken maar zingen dat kon ik echt niet. Mijn vrouw speelde gitaar en er stonden twee gitaren in huis. Ik dacht, als ik nu vijf snaren van die gitaar afhaal dan kan ik vast proberen om op die ene snaar een liedje te spelen. Dat was ook veel handiger want ik ben linkshandig en ik kon de gitaar nu gewoon omdraaien. Zo schreef ik een aantal simpele liedjes en op een dag nam mijn Helga me mee naar een concert van een bluesduo in de stad. Ze speelden hele simpele maar aantrekkelijke blues. Muziek die bij mij binnenkwam en mijn ziel raakte, mijn muziek. Hier vond ik een deel van mij dat zo lang in mijn leven ontbrak. Vanaf dat moment wist ik wat ik moest gaan doen.”

Jij hebt de blues

Ook al wist Wilson wat hij moest doen, zijn enorme terughoudendheid en vooral verlegenheid weerhoud hem van een volgende stap. Hij schrijft nog vele liedjes tussen de veilige muren van zijn huis en het duurt nog jaren voordat hij er echt werk van durft te maken. “Op een dag, na lang wikken en wegen overtuigde mijn vrouw mij ervan om te reageren op een advertentie in de krant: bluesband zoekt zanger. Ik durfde echt niet te bellen maar mijn vrouw pakte de telefoon en maakte een afspraak. Toen ik me melde op de desbetreffende dat probeerde ik er nog onderuit te komen door mij aan te bieden als songwriter in plaats van zanger.” Schouderophalend vertelt Wilson dat ze helaas echt een zanger zochten.

Foto: Beate Grams

“Daar stond ik bevangen door angst tussen universiteit geschoolde jonge muzikanten. Samen met de zangeres, die de band zou verlaten, zong ik ‘Stormy Monday’ een nummer dat ik helemaal niet kende. Maar ze vonden mijn stem heel erg mooi en zeiden, jij hebt de blues, kom bij ons zingen. Zonder enige ervaring begon ik met deze jonge muzikanten en ze overlaadden mij met uiteenlopende bluesmuziek, volksmuziek uit het land waar ik opgegroeid ben. Zo leerde ik veel over mijn muzikale roots van Duitse jongens. Schlagers was misschien logischer geweest”, zegt de zanger met een grote grijns. “Zo bouwde ik wel mijn vocale vaardigheden en mijn zelfvertrouwen op. Opeens had ik mijn stem gevonden maar ik zou dat nooit durven voor publiek dacht ik.”

Zelfvertrouwen

Toch betreedt Wilson het podium en gooit de schroom letterlijk van zich af. Wanneer het balletje begint te rollen zingt hij in meerdere bands in Duitsland en maakt indruk met zijn verschijning en zijn warme, soulvolle stem.Wanneer Wilson gaat touren met de Hongaarse band The Mississippi Grave Diggers duikt hij in de vooroorlogse muziekhistorie en leert vele traditionals uit zijn hoofd. Zijn stem wordt in 2004 voor het eerst vastgelegd op de schijf, Get On Your Knees And Pray dat hij met de Grave Diggers – onder leiding van gitarist Doc Fozz- opneemt. Hij begint te touren met de band en samen met Doc Fozz maakt hij enkele duo-platen. In 2009 durft Big Daddy Wilson alleen zijn eigen naam te laten drukken op zijn eerste internationale release bij Ruf Records: Love is the Key. Een album vol eigen nummers waarin hij teruggaat naar zijn roots, veelal akoestisch geïnstrumenteerd en doordrenkt met soul. Zijn goede vriend en meervoudig Grammy Award genomineerde bluesgrootheid Eric Bibb is te gast op twee nummers. “Het borrelde al wel in mij en het zou er vroeg of laat wel uitgekomen zijn. In dit geval was het al aardig laat, pas toen ik al de dertig was gepasseerd. Ik vond het heel erg moeilijk om met andere mensen te praten, nog steeds vind ik het best lastig vandaar dat ik altijd mijn zonnebril ophoud. Het biedt me een soort bescherming. Blues heeft me uit die depressie geholpen, het helpt me uit bed komen en heeft met geleerd om me te openen voor andere mensen, het heeft me meer zelfvertrouwen gegeven. Zelfs mijn zus kwam helemaal uit de VS om me te zien optreden en ze kon het niet geloven. Nee, dat is niet mijn broer. Waar is die verlegen man gebleven?“

Foto: Nineke Loedeman

Nader tot elkaar

Tussen 2011 en 2019 brengt Big Daddy Wilson negen albums uit bij diverse platenlabels en keert nog eens terug naar Ruf Records en neemt deel aan Ruf’s Blues Caravan in 2017 waarmee hij tourt met bluestalentenVanessa Collieren Si Cranstoun. Wilson vestigt zijn naam in Europa en ver daarbuiten, hij weet zielen te raken met zijn bronzen stem, indringende timbre en diepzinnige boodschappen. Zijn opmars wordt terecht beloond met de ‘Best German Blues Band’ award, uitgereikt door de ‘German Blues Scene’ en ‘The Best Acoustic Artist Award’.Met de aankomende release van zijn album Hard Time Blues maakt Big Daddy Wilson een breed sociaal statement op een muzikaal meesterwerk.

Onder leiding van producer Glenn Scott verkent Wilson nieuwe muzikale gronden en levert hij ongetwijfeld zijn beste en meest diepgaande werk tot nu toe. “Ik ben beter gitaar gaan spelen door de jaren heen en schrijf mijn liedjes op een andere manier, veel directer. Maar soms word ik ook wakker met een liedje in mijn hoofd. Door de jaren heen is er veel veranderd, tijd verandert perspectieven. Ik schrijf over dingen die waargebeurd zijn, over liefde en de dingen in het leven waar je over na moet denken. Ik kan alleen liedjes zingen waar ik mij comfortabel bij voel en mij aan kan relateren. Ik ben nog steeds verlegen en kan niets ‘faken’. Al die zaken omarm ik en gebruik ik in mijn muziek. Ik heb nu eenmaal een platform en die wil ik dan ook optimaal benutten. Ik vertel mensen dat we elkaar nodig hebben, dat we met elkaar verbonden zijn. Alle kinderen van God komen van dezelfde boom zing ik op mijn nieuwe album. Hoe verdeeld we ook zijn op dit moment, muziek brengt de mensen nader tot elkaar. Ik heb samengewerkt met veel muzikanten over de hele wereld en er is nooit een of andere barrière geweest. Muziek is het universele communicatiemiddel dat mensen met elkaar verbindt.”

Foto: Nineke Loedeman

Hard Time Blues

Hard Time Blues bevat dertien veelal spirituele songs en geeft een kijkje in ons huidige leven in Covid tijd. Natuurlijk gaat het over de situatie van zwarte Amerikanen in de Verenigde Staten en in de hele wereld. Niet dat Wilson direct met zijn vinger naar iemand wijst maar als hij iemand aan het denken kan zetten, dan doet hij dat graag. Een beschouwend album kan je het noemen met genoeg ruimte tot relativeren want zelfspot vindt Wilson erg belangrijk. “Je moet wel om jezelf kunnen lachen natuurlijk, het nummer Meatballs is daar een goed voorbeeld van. Gehaktballen, de favoriete maaltijd van mijn vrouw en dat eten we dus ook regelmatig. ‘I don’t want no more meatballs’, zing ik, een beetje gemeen maar vooral humoristisch.” Er verschijnt een grote glimlach op het gezicht van de grote bluesman. “Meatballs zing ik overigens met Shaneeka Simon”, haast hij zich te zeggen. “Een geweldige zangeres. Zij werkt ook mee aan het nieuwe album Dear America van Eric Bibb die tevens meeschreef en meedeed op dit album. Eric Bibb is een grote vriend van me, een soort mentor die me heel veel geleerd heeft en me altijd heeft aangemoedigd. Hard Time Blues is mijn meest moderne album dat ik heb gemaakt. Geproduceerd door Glen Scott, hij werkte met James Morrison, Mary J. Blige, Eric Bibb, James Blunt en Backstreet Boys.Glenn Scott tilde het album naar ‘the next level’ en het klinkt groots en meeslepend.”

Willie Dixon zei ooit; “Blues is the root, everything else is the fruit”.

Met Hard Time Blues krijg je de oogst in handen van een diepgewortelde fruitboom, je voelt de roots, de gospel, de spirituals, de vooroorlogse blues in een rijk pallet aan smaken. Laat Big Daddy Wilson nu maar rijpen, dan kan het alleen nog maar mooier worden.

Hard Time Blues van Big Daddy Wilson kwam uit op 10 september uitgebracht door Continental Record Service.

Dit interview verscheen eerder in Dé Blueskrant editie 24 | Mei 2021

Website: Big Daddy Wilson

Hans Theessink & Big Daddy Wilson | Pay Day

Samen met niemand minder dan Hans Theessink maakte Big Daddy Wilson recentelijk het album Pay Day. Samen vertegenwoordigen deze mannen de akoestische blues in Europa als geen ander met hun unieke mix van energieke bluesmuziek, Amerikaanse roots, folk en spirituals. Niet alleen op het album maak ook tijdens concerten brengen de twee volbloed muzikanten een mengelmoes van hun eigen liedjes, reeds bekende klassiekers en gloednieuwe jams. De heren werkten al vaker samen en hun ongelooflijke podiumprésence en charisma zorgen voor onvergetelijke avonden.

B.B. King zei: “The blues are a mystery”, en Willie Dixon verklaarde: “The Blues are the true facts of life.” Wanneer Hans Theessink en Big Daddy Wilson de Blind Willie Johnson’s klassieker “Everybody Ought To Treat A Stranger Right” zingen – voor het eerst opgenomen in 1930, heeft het nummer niets aan relevantie ingeboet in de huidige tijd. Theessinks eigen “Virus Blues”, is een beklijvende weerspiegeling van onze eigen tijd en leeftijd op dit moment: “Het maakt niet uit of je rijk of arm bent, of je geel, zwart of wit bent.” En onthoud: “Je gaat oogsten wat je zaait” – op een dag zal “Pay Day” komen. Theessink en Wilson ontdekten de blues op totaal verschillende manieren. Aan de ene kant is er de Nederlandse jongen wiens liefde en fascinatie voor blues en rootsmuziek ontstak toen hij in zijn geboorteland Nederland Big Bill Broonzy hoorde op de late night radio – een “white boy lost in the blues” die op de bluesparcours al meer dan 50 jaar.

Aan de andere kant, de in Noord-Carolina geboren Afro-Amerikaan die voor het eerst werd blootgesteld aan de muziek van zijn voorouders als een Amerikaanse soldaat, gestationeerd in Duitsland – een “vreemdeling ver van huis” die de cirkel rond is. Deze twee charismatische entertainers en soulvolle artiesten hebben naam gemaakt als muzikanten en songwriters. Beiden bewonderden elkaars kunst en maakten een plan om samen een album op te nemen. Ze gingen aan de slag zodra de coronaregels wat versoepelden. Hans Theessink staat bekend als een gevoelige virtuoos op bijna alles met snaren erop en op Wilson kan worden vertrouwd als een rotsvaste percussionist; maar de kers op de taart is het vocale samenspel van Theessink en Wilson dat van “PAY DAY” echt een geweldig album maakt. “Pay Day” is een speling van het lot. Deze twee jongens moesten elkaar ontmoeten en samenkomen. Hun vocale dialogen – of het nu blues, roots, folk of gospel zijn – versmelten alsof ze nooit iets anders hadden gedaan.

Het album kwam 3 december uit op het Blue Groove label: Format: Compact Disc [16 tracks – 55 minutes] | Vinyl [12 tracks – 42 minutes]

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.