De Blueskrant

Joe Bonamassa schenkt koninklijke thee

In september 2020 bracht Joe Bonamassa een re-release van zijn eerste album uit. Op dit 20-jarig jubileumalbum ‘A New Day Now’ presenteert hij drie bonus-tracks maar wat voor hem het allerbelangrijkste was, hij zong het complete album opnieuw in. Nooit was hij echt tevreden over de eerste uitgave van zijn debuutalbum maar nu, twee decennia later, presenteert hij een album dat voor Joe niet beter had kunnen uitpakken.
Het wachten op vers materiaal van Joe Bonamassa wordt rijkelijk beloond met het nieuwe studioalbum Royal Tea, geïnspireerd door zijn Britse gitaarhelden Jeff Beck, John Mayall & The Bluesbreakers, Eric Clapton en Cream. Royal Tea werd opgenomen in de legendarische Abbey Road Studios en verscheen op 23 oktober via Provogue/ J&R Adventures. Dat Joe Bonamassa fan is van de zogeheten British Blues Explosion liet hij al eens horen in 2018 toen hij een compleet livealbum wijdde aan zijn Britse helden. Bonamassa staat erom bekend risico’s te nemen en zich in zijn veelzijdige carrière op onbekend terrein te wagen, ook nu weet hij weer te verrassen. Met het uitbrengen van zijn nieuwe album Royal Tea op 23 oktober jl. maakt hij de cirkel rond. Dit album brengt de 43-jarige gitaargrootheid opnieuw in contact met die nieuwsgierige jongen uit de staat New York, die de beste Britse bluesmuziek ontdekte in de vinylcollectie van zijn vader. Deze invloeden hebben hem gevormd tot de vedette die hij nu is. “Ik moet ongeveer twaalf jaar zijn geweest toen dat geluid zich in mijn hoofd nestelde en ik dacht: Oké, dit wil ik, dit ga ik ook doen. Vandaar dat dit hele avontuur al jaren op mijn bucketlist stond”, geeft Joe toe.

© Jen Rosenstein

“Op dit album vertel ik de waarheid”

We mogen Joe Bonamassa aan de tand voelen over één van zijn meest persoonlijke albums tot op heden, Royal Tea. Maar daar gaat eerst een stukje geschiedenis aan vooraf, voorgedragen door de ‘royalty’ himself.

“Ik interpreteer de Amerikaanse zwarte muziek net zoals ik de Britse versie van de Amerikaanse muziek interpreteer, gewoon op mijn eigen manier. Ik ben altijd geïntrigeerd geweest door de Britse blues van de jaren zestig. De energie, de vrije geesten, de tijd dat iedere band elkaar de loef probeerde af te steken. Steeds harder, steeds sneller. Het was allemaal nieuw, zonder enige regels. Ik had graag het ontstaan en de eerste stappen van de British blues meegemaakt. Wat had ik Free, Cream, Alexis Korner en John Mayall graag willen zien in The Marquee in die tijd. Alleen bij The Rolling Stones denk ik nog iets van die oude magie te kunnen ontwaren. Nadat The Beatles en de British Invasion deze gloednieuwe muziek naar Amerika hadden gebracht, begonnen de platenmaatschappijen deze ‘Britse boom’ uit hartje Londen te omarmen. Niet veel later kregen veel van deze bands voet aan wal in de Amerikaanse muziekscene. Ironisch genoeg verkochten ze Amerika terug aan de Amerikanen. The Rolling Stones en Led Zeppelin werden veel beroemder dan hun Amerikaanse blueshelden ooit geweest waren. Ik ben een product van deze generatie en leerde de blues van deze Britse vertolkers. Dit soort uitspraken maken me niet authentiek en niet populair onder de blues-traditionalisten en de kritische wenkbrauw fronsende journalisten. Zeker niet bij degene die het nodig vinden om door een nauw vizier te kijken in plaats van gewoon te genieten. Op dit album vertel ik de waarheid en niets dan de waarheid en dat is de reden waarom ik zo gehecht ben aan dit album.”

“in Amerika kunnen we het nergens over eens worden”

Wanneer we Joe spreken is hij in rustiger vaarwater terecht gekomen en werkt hij aan zijn Live From Nerdville Interview Series, waarin hij muzikale helden interviewt en aan zijn wekelijkse radioshow op SeriusXM. Nadat het album opgenomen is, veranderd de wereld in een cultuurloos vacuüm.
“Ik heb een paar maanden vrij genomen en ben op dieet gegaan. Ik had twee keuzes: dik worden en me ellendig voelen, of mijn conditie verbeteren en me alsnog ellendig voelen. Ik ben nog nooit zo lang niet op tour geweest, dus doe ik nu een boel dingen die niet direct gitaargerelateerd zijn. De kachel moet wel blijven roken. Dat geldt voor iedere muzikant op dit moment, ons leven bestaat uit muziek maken en touren. Onze slogan is: we’re always on the road. De overgrote meerderheid van de mensen gaat ervan uit dat je in deze onzekere tijd van leegte juist de rust, de ruimte en de inspiratie vindt om alleen maar met muziek bezig te zijn. Dat je alleen maar aan het schrijven bent. Nee, de meeste muziekvrienden van mij doen helemaal niets, want wat is het nut ervan. Ik ben geen gitarist geworden om continue video’s van mijzelf op Instagram te posten. Werken aan het nieuwe album van Eric Gales gaf me de afgelopen tijd een reden om wat te doen. Ik heb echt wel wakker gelegen van het feit dat mijn carrière -van die man in dat pak met die gitaar, die grote arena’s vol speelt- over zou kunnen zijn. Als dat zo is, dan is dat zo, daar heb ik in deze situatie geen enkele invloed op. Wat de toekomst gaat brengen, weet ik niet. Hier in Amerika kunnen we het nergens over eens worden, niet eens over het feit dat het dragen van een mondmasker geen politiek statement is. Ik draag een mondmasker uit respect voor mijn familie, vrienden en al die ondernemers die keihard werken om hun hoofd boven water te houden. Voordat het culturele landschap er weer uitziet als voorheen, zullen we denk ik nog tot het voorjaar 2022 moeten doormodderen, ben ik bang. Op dit moment focus ik me op de prioriteiten in het leven. Een gezonde levensstijl er op nahouden, leren om te gaan met alle twijfels in mijn leven, proberen mijzelf als mens te verbeteren. Ik ben natuurlijk geen machine. De honderd shows per jaar die ik doe, beslaan 7 maanden van het jaar en dat zijn intensieve maanden. Ik heb 44 albums gemaakt in 20 jaar, dat is toch belachelijk. Voordat ik me inderdaad als een machine begin te voelen heb ik uit voorzorg de voet van het gas genomen en probeer ik van mijn vrije tijd te genieten, en natuurlijk van de release van mijn nieuwe album Royal Tea.”

“Pete Brown schrijft zoals alleen Pete Brown kan schrijven”

© Bluesmagazine.nl | Marco van Rooijen

Joe Bonamassa was vastbesloten om in de huid te kruipen van de hoogtijdagen van de Britse blues en voor Royal Tea schreef hij tien originele tracks in Engeland met niemand minder dan Bernie Marsden [ex-Whitesnake], Jools Holland [tv-presentator, big-band-leider en ex-Squeeze], Dave Stewart [Eurythmics] en Pete Brown, de man die jarenlang bijna alle teksten schreef voor Cream. Wat wel hetzelfde bleef was de band, met drummer Anton Fig, bassist Michael Rhodes en toetsenist Reese Wynans en de zangeressen Juanita Tippins, Mahalia Barnes en Jade McRae. En natuurlijk zat Kevin Shirley weer achter de knoppen.
“Het schrijven van dit album in Londen heeft effect gehad”, zegt Joe gedecideerd. “Het klinkt echt inherent Brits. Werken met Bernie Marsden is van kinds af aan al een droom van mij geweest. Bernie is een geweldige gitarist een groot schrijver en ik houd van zijn stem. Ik ben als het ware nog een amateur op het gebied van de Britse blues. Maar al snel bleek dat Bernie en ik uit hetzelfde hout gesneden zijn, we zijn allebei muziekgekken en we houden allebei van de band Free en van Gibson Les Paul gitaren. Hij is één van mijn beste vrienden maar ook één van de meest onderschatte Britse muzikanten. Samenwerken met hem was een droom, ik heb een boel van hem opgestoken. Jules Holland is natuurlijk een icoon, zijn Boogie Woogie is ongeëvenaard. Hij is een echt gepassioneerd muzikant en geniet nog net zo van muziek maken als dat hij vroeger deed. Samen met hem en Dave Stewart schreven we de boogie Lonely Boy. Dat nummer is te gek, we konden het de hele dag wel spelen. Pete Brown, die aan de wieg heeft gestaan van de Britse blues door zijn werk met Cream en Jack Bruce, schrijft zoals alleen Pete Brown kan schrijven. Als ik teksten zoals die van She Walks Like a Bearded Rainbow, White Room of Sunshine Of your Love had geschreven had iedereen mij voor gek verklaard. Bij Pete klinkt het natuurlijk en logisch, hij weet het zo in te koken dat het eindresultaat exact weergeeft wat hij te zeggen heeft. Hij is één van de beste tekstschrijvers allertijden. Hij heeft wederom poëtisch werk afgeleverd op dit album. Je bent gezegend als je met al deze grote Britse namen mag werken.”

“je hoort op Royal Tea de ruimte ademen”

Het was voordehandliggend dat Joe voor de beste Britse sound naar de iconische studio Abbey Road moest afreizen. Joe haalde alles uit de kast en nodigde blazers en strijkers uit aan het adres 3 Abbey Rd. in de wijk St. Johns Wood in London. Het was financieel misschien niet de voordeligste keus geeft Joe toe; “Maar het was het geld meer dan waard. Het eindresultaat mag er wezen en is exact hetgeen ik ervan gehoopt had. Voor mijn album Redemption zijn we enkele jaren geleden neergestreken in de Black Bird Studios in Nashville.  Wanneer ik dat album luister, hoor ik als het ware de vingerafdruk van die studio. Abbey Road is een gigantische studio en je hoort op Royal Tea daadwerkelijk de ruimte ademen. Een weids Brits geluid, misschien hoor je zelfs wel het verschil in het voltage van de stroom. Elke studio, in welk werelddeel ook, heeft zijn eigen symbiotische relatie met de stad waar het gevestigd is, elke stad creëert zijn eigen sound. Ik speel keihard en houd van die sound, ik moet lucht verplaatsen. Ik gebruikte voor Royal Tea mijn volledige live-rack van vier versterkers om de geluidsdruk te kunnen voelen. Een aantal cellisten zullen ongetwijfeld de schrik in hun lijf hebben gevoeld, want mijn geluid ging dwars door de muur heen. Als je de opgenomen nummers op zacht volume afspeelt moet je de intensiteit nog voelen. Het is verdorie rock & roll, dat moet ook gevaarlijk zijn.”

Alsof werken in het huis van de legendarische Britse sound al geen druk genoeg met zich meebracht, moest Joe ook nog aan de standaard voldoen van alle grote mannen en vrouwen die hun sporen ruimschoots verdiend hebben in de Britse rock- en bluesscene.
“Ik werk graag onder druk, wanneer je met de rug tegen de muur staat ben je gedwongen om een oplossing te vinden. De titeltrack van het album was uitzonderlijk genoeg, zelfs het laatste nummer dat we schreven. Tijdens mijn typisch Engelse ontbijt voorafgaand aan onze laatste schrijfsessie, zag ik op televisie -tijdens Good Morning Britain van de BBC- het drama tussen Piers Morgan, Prins Harry en Meghan Markle zich voltrekken. Een fascinerend schouwspel maar een surrealistische gewaarwording. Het was alsof Paul McCartney The Beatles ging verlaten. Ik schreef er een nummer over met vreemde akkoordwisselingen op basis van iets dat Piers Morgan gezegd heeft. Zo simpel kan het zijn.” 

“soms ben ik een echte son of a bitch”

Het album Royal Tea is als Engelse ‘pastry’ met een scala aan smaken en structuren. Zoet, zuur, bitter, maar altijd goed gezouten en bij tijd en wijle zelfs zeer pittig. Als openingsnummer van het album durft Joe Bonamassa uit te pakken met het 7,34 minuten durende epische ‘When One Door Opens’, met tekst geschreven door Pete Brown. De orkestrale opening doet denken aan het fameuze werk Peter en de Wolf van Sergej Prokofjev, met een meeslepende groove en een break die verwijst naar Maurice Ravel’s ‘Bolero’. Een magistraal meesterwerk!
“Alleen Pete Brown kan met zulke teksten op de proppen komen en dan ben je als muzikant verplicht om het groot en meeslepend te laten klinken. Het is mijn meest favoriete nummer van het album.”

Samen met Joe stippen we een aantal nummers van het album aan. “Why Does It Take So Long To Say Goodbye is een zeer persoonlijk nummer, het documenteert de laatste anderhalf jaar van mijn relatie en het verbreken ervan. Soms duurt het lang voordat je inziet dat het echt niet meer gaat samen, ook al hebben beide partijen nog zo hun best er voor gedaan. Op een bepaald moment kan een relatie zo vaak gebroken zijn dat er stukjes ontbreken waardoor nogmaals lijmen onbegonnen werk is. I Didn’t Think She Would Do It is ook zo’n nummer met een fantastische tekst van Pete Brown. Met in gedachten een uptempo rocker ergens tussen Jimi Hendrix en Cream in. Het is een geweldig nummer om te zingen. Lookout Man is een geweldig voorbeeld van hoe een hardrockriff gezamenlijk met een mondharmonica blues wordt. Bernie Mardsen schreef het prachtige Savannah, een echte Americana song, en dat voor een Brit. Beyond The Silence is een eigen compositie waarbij de tekst en de muziek gezamenlijk het verhaal vertellen, zonder interruptie van een gitaarsolo. Het komt diep van binnen en ik schreef het op een voor mij zeer mistroostige plek, het is heel erg persoonlijk. A Conversation With Alice gaat over de twee therapeutische sessies die ik gedaan heb met een aardige dame in Beverly Hills. Mijn vriendin destijds vond dat ik met iemand moest gaan praten over mijn burn-out. Ik ben ook geen makkelijke man, ik ben snel geagiteerd, nooit tevreden en soms ben ik een echte ‘son of a bitch’. Ik ben me er terdege van bewust, maar ik kwam ook tot het inzicht dat al deze eigenschappen ervoor zorgen dat ik goed ben in wat ik doe.”

“Royal Tea moest een album worden dat eruit zou springen”

Royal Tea is een persoonlijk en oprecht album geworden waarvan de verhalen niet met een suikerlaagje geglazuurd zijn en waarop Joe Bonamassa niets en niemand heeft gespaard.
“Royal Tea, moest een album worden dat eruit zou springen. Een album moet in eerste instantie iets betekenen voor de uitvoerende artiest. Eigenlijk is dat de enige lakmoesproef die je er op los kan laten. Als dat niet zo zou zijn, dan zou ik een commerciële popmuzikant zijn geweest. Ik doe niet mee aan trends. Ik ben geen Justin Bieber, ook al hebben we dezelfde initialen.”

De inkt van het album Royal Tea is nog niet eens droog of Joe’s volgende opnamesessie staat alweer gepland in januari 2021.
“We gaan exact het tegenovergestelde doen van wat we in Abbey Road hebben gedaan. In een kleine ruimte in New York met één versterker, drums en bas. We laten de liedjes het werk doen: ‘old school’ New York style”, aldus Joe. “Ik heb de afgelopen maanden al het nieuws tot me genomen, heel veel geconverseerd met vrienden en familie, maar vooralsnog is het kijken naar de toekomst, kijken in een kristallen bol. Niemand weet wat het gaat brengen. De digitale industrie spint er garen bij dankzij al het online verkoop- en werkverkeer. Bedrijven krabben zich achter de oren waarom ze de afgelopen jaren zoveel overheadkosten hebben betaald en koffie hebben geschonken voor al hun werknemers, die thuis exact hetzelfde werk kunnen doen en hun eigen koffie betalen. Voor concerten gaat dat nooit en te nimmer werken. Je kunt de allerbeste versterker en speakers kopen voor dat online concert dat wordt uitgezonden, maar je zult nooit die energie en die connectie met de band krijgen, dan wanneer je tussen al die gelijkgestemde zielen in de zaal staat. Andersom is het exact zo, ook de band heeft de energie van, en de interactie met het publiek nodig. Ik ben ervan overtuigd dat dit op den duur allemaal weer mogelijk is, wellicht met wat aanpassingen maar de mensheid heeft de afgelopen eeuwen al voor zoveel uitdagingen gestaan, en er zijn altijd oplossingen gekomen.”

Dit interview verscheen eerder in Dé Blueskrant Editie 22

Dé Blueskrant is een gratis krant en verschijnt vier keer per jaar op papier door heel Nederland. Op deze site plaatsen wij ook onze premium artikelen gratis en ben je vrij in je keuze om hier een financiële bijdrage aan te leveren. Ben jij ook van mening dat dit nieuws voor zoveel mogelijk mensen beschikbaar moet blijven? Steun ons dan via een eenmalige donatie zodat wij ook in de toekomst door kunnen blijven gaan met schrijven van dit soort artikelen.

Bedrag



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *