Robben Ford | Hervindt het vertrouwen in zichzelf

Voordat ze de blues ontdekken, spelen Robben Ford en zijn broer Pat vaak samen met hun muzikale ouders in country en folk familie-jamsessies, In 1968 vormen Pat en Robben hun eerste volwaardige bluesband gevormd, een trio genaamd The Ford Blues Band. Ondertussen werkt jongste Mark aan zijn mondharmonica vaardigheden en al snel voegt hij zich bij het trio. De band wordt behoorlijk populair in de omgeving van Ukiah Californië waar de familie Ford op dat moment woont en werkt. Wanneer Robben de middelbare school afmaakt en samen met broer Pat naar San José verhuisd richten ze in 1970 The Charles Ford Band op, vernoemd naar hun vader, samen met mondharmonicaspeler Gary Smith en Stan Poplin op bas. De band speelt voornamelijk vrij traditioneel bluesrepertoire en laat nu net mondharmonica specialist Charlie Musselwhite deze jongens tegen het lijf lopen. Hij haalt ze over om zich bij hem aan te sluiten. Het is 1971 wanneer de wereld voor het eerst op vinyl kennis maakt met de 20-jarige gitarist Robben Ford. Robbin Ford, moeten we eigenlijk zeggen want zo wordt de getalenteerde Ford op het zesde album Takin’ My Time van Charlie Musselwhite geregistreerd. Vanaf dat moment ontwikkelt Robben Ford zich als één van de meest toonaangevende, meest creatieve en meest inspireerde gitaristen van zijn generatie.

Wauw factor

De gebroeders Ford zijn niet geboren in een bluesomgeving, zelfs verre van dat. Vader Charles was een countrymuzikant en het muzikale aanbod van de lokale radiostations was beperkt. “Er was 200 kilometer van San Francisco niets aan muzikale verscheidenheid beschikbaar die in of nabij de grote stad via de radio wel beschikbaar was”, vertelt de opgewekte Robben Ford vanuit zijn homestudio in Nashville. Aannemelijk is de veronderstelling dat Ford op zijn ‘praatstoel’ zit want wat volgt is een minutenlange monoloog waar niet of nauwelijks tussen te komen is. “Geen blues, gospel, jazz, country & western, Mexicaanse, klassieke, joodse, diverse soorten etnische- of popmuziek. De lokale radio bood alleen muziek van Big Bands, strijkorkesten en Amerikaanse muziek van Perry Como en zijn tijdgenoten. Wat mij betreft was het smakeloze radio. Mijn moeder luisterde vooral kerkmuziek en klassieke muziek, iedereen hield van muziek bij ons thuis. Met de komst van The Beatles en de British Invasion werd voor mij de ‘wauw factor’ in de muziek gebracht.

Foto: Persfoto – Robben Ford

De muziek kwam tot leven, er gebeurde iets, opeens was de geest uit de fles. Op mijn 13e kreeg ik een volledig andere kijk op muziek toen ik de Paul Butterfield Blues Band ontdekte. Een band die op dat moment probeerde voet aan de grond te krijgen in de Verenigde Staten. Ze speelden in kleine clubs en in het bescheiden festivalcircuit. Ze braken door tijdens het Newport Folk Festival op 25 juli 1965 als de back-up band van Bob Dylan. Ik weet nog goed dat alle fans van Dylan volledig uit het veld geslagen waren omdat Dylan elektrisch ging spelen.” Ford kan de humor er nog steeds van inzien en gaat vervolgens onverstoord verder met zijn verhaal. “Paul Butterfield werd nooit echt beroemd hier in de VS, iedereen wist dat het een geweldige band was maar ze werden niet gedraaid op de radio. Ik kocht het eerste album van The Paul Butterfield Blues Band bij de lokale platenwinkel in Ukiah, de plaats waar ik woonde, alleen omdat ik de albumhoes zo mooi vond. Ik moest weten welke band daarachter zat. Die band veranderde mijn leven en gaf mij een doel.”

A Tribute To Paul Butterfield – Album 2001

Improvisatie

Voor een jongen in zijn late tienerjaren die tegen de pubertijd aanschurkt was The Paul Butterfield Blues Band waarschijnlijk net zoiets als Elvis Presley voor zijn leeftijdgenoten een generatie eerder. Ford kan zich prima schikken in die vergelijking. “Ik had natuurlijk geen idee wat Butterfield en zijn band aan het doen waren maar de energie die van die plaat afkwam was zo krachtig. Wanneer ik Muddy Waters had gehoord op die leeftijd dan had ik zijn muziek waarschijnlijk niet mooi gevonden. Butterfield bracht mij in vervoering en spoorde mij aan om zelf te gaan experimenteren met een gitaar. Ik probeerde goed te luisteren en te voelen wat de gitarist van de band, Mike Bloomfield, op zijn gitaar deed. Dat waren de eerste lessen voor mij in de wereld van muziek. Alles wat ik tot op de dag van vandaag gedaan heb kan ik terugleiden naar de Paul Butterfield Blues Band. Het was de eerste jam-band, luister maar naar het nummer East-West op het gelijknamige album uit 1966. Dat is dertien minuten lang volledige improvisatie. Zij lieten zich niet dirigeren maar combineerde ‘hard-driving’ Chicago blues met rock en een tikkeltje jazz. Ze leken voor de vuist weg te spelen.

De Britse bands waren creatief, ze speelden de blues niet na maar deden er iets compleet nieuws mee. Volume speelde daar natuurlijk ook een grote rol in. Cream stond in Engeland bekend als een jazzband omdat de band continu improviseerde. Jack Bruce en Ginger Baker waren ook jazzmusici en de combinatie met bluesgitarist Eric Clapton gaf die band een unieke twist. Ik houd van ontdekkingen die op die manier tot stand komen.”

Kiss sessie

Robben Ford wordt een studio- en tourgitarist voor de groten der aarde: George Harrison, Joni Mitchell, Miles Davis, Bob Dylan, Charlie Musselwhite, Little Feet en zelfs de Belgische Toots Thielemans hebben naast vele anderen een beroep gedaan op Ford zijn diensten. Verbaasd was hij toen hij werd gevraagd om mee te werken aan het album Creatures of the Night van KISS. Een band die niet meteen het soort muziek maakt waar je een fijnzinnig gitarist als Robben Ford mee associeert. Op de nummers Rock and Roll Hell [red: geschreven door Bryan Adams en Jim Valance] en I Still Love You is Ford te horen. Ford lacht schamper wanneer hij terugdenkt aan dat moment in de zomer van 1982. “Ik ben nooit een sessiegitarist geweest op de manier zoals veel van mijn tijdgenoten waaronder Larry Carlton en Lee Ritenour, zij verdienden hun geld als sessiemuzikant. Als sessiemuzikant moet je haast van bladmuziek kunnen lezen en je moet echt verstand hebben van gitaren en apparatuur, zoals versterkers en effecten. Welke gitaar is het meest geschikt voor welke muziek en in welke combinatie met betrekking tot een versterker of effect. Het kan een heel complex gebeuren zijn en ik bracht altijd maar één gitaar en één versterker mee. Ik voelde mij nooit heel erg comfortabel in die rol, behalve als er werd gevraagd: Robben, doe jouw ding, wij betalen en dan kan je weer naar huis. Zo ging het bij die Kiss sessie, ik draaide de versterker op 10 en speelde wat in mij opkwam. Het bracht me niets meer dan geld om de huur te betalen.”

Instrumentale modus

Ondanks, of misschien juist dankzij dit soort uitstapjes weet de vindingrijke gitarist/componist in zijn carrière meer dan vijfentwintig gevarieerde en uiterst boeiende soloalbums uit te brengen. PURE is het gloednieuwe instrumentale studioalbum van Robben Ford – het eerste instrumentale album sinds ‘Tiger Walk’ uit 1997. Met negen unieke nummers van de gitaarvirtuoos met een enorm muzikaal vocabulaire van jazz, blues en rock. “In mijn carrière ben ik door allerlei verschillende fases gegaan maar in eerste instantie draaide alles om goed gitaar leren spelen. Daarna probeerde ik een betere songwriter te worden, zowel tekstueel als muzikaal en daarna wilde ik een betere zanger te worden. Op verschillende momenten probeerde ik mijn focus te verleggen op verschillende dingen en zo evolueerde ik als muzikant.”

Foto: MaschaPhotography

Ford blijft de ene zin naar de andere aaneenschakelen en vertelt met veel plezier over de totstandkoming van zijn nieuwe album. “Het album PURE is mijn eerste instrumentale album sinds lange tijd en daar zijn verschillende redenen voor. In 2017 verhuisde ik naar Nashville want ik voelde dat ik een nieuwe inspirerende omgeving nodig had waarin ik mij kon wenden tot nieuwe bronnen. Andere studio’s en nieuwe gezichten waarmee ik op verschillende vlakken kon werken om zo nieuwe inspiratie op te doen. Ik wilde albums voor anderen gaan produceren en alleen optreden wanneer ik er behoefte aan had. Dat was de fase in mijn leven waarin ik op dat moment zat. Ik begon albums te produceren die voornamelijk instrumentaal en gitaar georiënteerd waren maar ook een album met de tenorsaxofonist Bill Evans. Ik was helemaal in mijn element totdat de pandemie toesloeg en die werkzaamheden stil kwamen te liggen. Het enige wat ik kon doen was een album opnemen voor mijzelf. Ik zat volledig in de instrumentale modus en dacht er helemaal klaar voor te zijn. Toen mijn platenmaatschappij ermee akkoord ging ben ik van start gegaan. Op het moment dat ik eraan begon voelde ik de spanning in mijn lichaam opzetten, op een of andere manier moest ik toch buiten mijn comfortzone werken. Ik had de laatste jaren alleen maar liedjes geschreven en een instrumentaal album vraagt om een hele andere benadering en een andere discipline. Nu draaide alles om de gitaar, die moest alles zeggen op dit aankomende album. Een woord kan zeer beperkend zijn, je moet een bepaalde volgorde aan woorden hebben wil iemand iets kunnen begrijpen van wat je zegt. Maar soms zegt één noot meer dan duizend woorden. Muziek heeft zoveel meer mogelijkheden om iets te vertellen. Zeker wanneer je improviseert en spontaniteit in je muziek legt, je palet is veel breder maar dat betekent niet dat een instrumentaal album maken opeens makkelijk wordt.”

Persfoto: Robben Ford.

Oerkrachten

Het wordt Ford duidelijk dat hij deze nieuwe muziek van de grond af aan zelf vorm moet geven. Zelfs een ervaren gitarist als Ford, die alle noten die er bestaan duizenden keren in duizenden verschillende volgordes en met evenveel diversiteit aan dynamiek heeft gespeeld, blijkt dit een grote uitdaging. “Je moet het zo zien”, zegt de innemende gitarist terwijl hij nog eens comfortabel in zijn ‘praatstoel’ gaat zitten. “Op het moment dat ik dacht aan een instrumentaal album, dacht ik ook meteen aan al die geweldige instrumentalisten op deze aarde. Ik moest iets heel anders doen dan alle gitaristen waar ik niet tegenop kan boxen. Er zijn zoveel geweldige gitaristen die ‘fast and furious’ zijn en dat ben ik absoluut niet. Ik vroeg me af hoe ik dit in hemelsnaam zou kunnen bewerkstelligen, het was een echte vuurproef voor me. Ook al ben ik lang geleden al gestopt met muzikale competities, toch kon ik het gevoel niet tegen kon houden.

Competitie, dat is iets voor de jonge generaties. Zij hebben de energie en het ego om dat te kunnen en te mogen, daar leren ze van. Maar ik moest mijn inzet wel verhogen want toen ik eenmaal hiervoor gekozen had moest het ook heel erg goed zijn. Daar zit denk ik de nuance en volgens mij is dat een gezonde manier om iets te creëren. Ik heb me altijd gefocust op de compositie, ik ben een componist, zelf als ik soleer. Alles draait om compositie en de manier waarop ik het doe heb ik nog niemand anders horen doen. Mijn vertrouwen was er wel maar ik moest het nog wel vinden voordat ik aan dit album begon. In deze nieuwe context van een instrumentaal album moest ik mijzelf vinden, de muzikant die ik vandaag de dag ben. Ik hoef me nergens voor te verontschuldigen ik doe het zoals alleen ik het kan. Toen ik me daarvan bewust was popte er in het proces opeens een eenvoudige slowblues op zonder dat ik er ook maar een moment aan had gedacht voor dit album, Blues voor Lonnie Johnson. Een van de mooiste nummers op het album, het laat zo goed horen waar ik vandaan kom. Op die momenten komen er oerkrachten in mij los. Het bracht me terug in de Freddie King modus van mijn album Keep On Running uit 2006 waarop ik Cannonball Shuffle speel. Een simpele blues die je keer op keer kunt spelen zonder er genoeg van te krijgen. Lonnie Johnson’s invloed op mij heb ik al eens laten horen op het album Bringing It Back Home uit 2013, een heel intens album. De manier waarop Lonnie Johnson zichzelf presenteerde was heel simpel. Een 12-bar of 8 -bar blues die de ene keer wat sneller en de andere keer wat langzamer gespeeld werd. Soms in een andere toonsoort en vaak ook niet. Met één gitaar en één gitaar element, nooit te hard en nooit te zacht. Ik kan niet eens exact onder woorden brengen wat mij er zo in raakt, waarschijnlijk de puurheid. Het was ook helemaal niet de bedoeling om een blues voor Lonnie Johnson op te nemen maar ik speelde het nummer volledig op één gitaarelement in één toonsoort, niet te hard en niet te zacht. Met andere woorden, zoals Lonnie Johnson. Dat besef en die toewijding kwam pas na de prestatie, zeg maar.”

PURE

Dichter bij Robben Ford dan op het album PURE kom je niet en dat wordt nog eens bevestigd op de albumhoes die door Fords vriendin Kelly Roberts werd ontworpen, met daarop een close up van zijn gitaar. De meeste, zo niet alle muziekliefhebbers en bovenal connaisseurs van ingenieus melodisch gitaarspel, zullen, de negen nummers tellende, boeiende luisterervaring ongetwijfeld direct opnieuw opstarten zodra de gitaarlijnen van Robben Ford de laatste instrumentale dialoog van PURE afsluiten. “Het zijn allemaal composities met een begin een midden en een eind. Die drie stappen hoor je over het hele album. Het nummer Balafon is een bijzondere compositie waarop ik de overgang naar het tweede deel behoorlijk wat spanning en diepte meegeef naar een passende climax. Soms gebeurt het gewoon terwijl je bezig bent, opeens wist ik dat het groots moest zijn op dit nummer. Voor mij was dat moment even verrassend als de luisteraar die het voor het eerst hoort denk ik.” Ford haalt zijn schouders op en hoopt op een bevestigende reactie van zijn gesprekspartner. Wanneer hij die zichtbaar opgelucht in ontvangst neemt vervolgt hij zijn verhaal.

Foto: Kelly Roberts

“Dit albums is zo anders dan alle andere die ik ooit heb gemaakt. Ik ben altijd een traditionalist geweest op de manier waarop ik in de studio heb gewerkt: met een geweldige band in een geweldige studio met een geweldige technicus. We nemen in drie tot vijf dagen alles op en doen eventueel nog wat overdubs, daarna wordt er gemixt en gemasterd. Mijn engineer en co-producer, Casey Wasner, bleek van onschatbare waarde en de meeste muziek op dit album is samen met hem tot stand gebracht in zijn studio, Purple House.  Ik heb nooit een album gemaakt die op het vorige leek, het zijn allemaal op zichzelf staande projecten maar PURE is misschien wel de meest complete weergave van mijn persoonlijke muzikale visie: eerdere opnames waren producten van een periode van ontwikkeling die hebben geleid tot de hier gepresenteerde muziek. Het geeft veel voldoening dat ik mijn eigen composities zo grondig heb weten vorm te geven en iets te lever dat zo volledig van mezelf is. Ik ben werkelijk heel erg trots op dit album.”

Robben Ford Guitar Dojo

Een belangrijk en essentieel onderdeel van Ford’s carrière is zijn toewijding om zijn kennis door te geven aan huidige en toekomstige muzikanten. Zijn instructievideo’s en clinics die hij over de jaren heen publiceerde hebben geleid tot een samenwerking met TrueFire en de geboorte van de Robben Ford Guitar Dojo. De rijkdom van zijn expertise en creativiteit wordt genereus gepresenteerd in deze state-of-the-art websiteproducties. “Dat is hetgeen waar ik op dit moment de meeste energie insteek. Een website waarop ik gitaarinstructies geef maar ook andere geweldige muzikanten interview. Ik vertel verhalen over mijn carrière, instrumenten, versterkers, randapparatuur en geef cursussen in diverse muziekstijlen. Al met al een heleboel content voor de gitarist en de muziekliefhebber in het algemeen. Het kost enorm veel tijd om deze exclusieve content te vernieuwen en fris te houden.

Elke week is er weer wat nieuws te beleven op mijn website. Het is een geweldige manier om mijn tijd te besteden. Zo kan ik mensen iets geven en ik vind geven altijd mooier dan ontvangen.” Met jeugdig enthousiasme vertelt de sympathieke gitarist over het belang van het delen van zijn expertise. “Ik ken gitaristen die dit absoluut niet zouden doen maar ik zou niet weten waar ze bang voor moeten zijn. Niemand steelt hun ‘mojo’, niemand speelt zoals een ander. Ik ben ik en jij bent jij, help alsjeblieft nieuwe generaties met het opbouwen van een carrière. Ja, ik verdien er mijn geld mee maar dat betekent niet dat het niet vanuit mijn hart komt. Gitaarspelen is één ding maar de rode draad die door mijn leven gaat is de liefde voor muziek en de liefde voor muziek maken. Nu komen we weer op dat competitieve waar we het eerder over hebben gehad. Je hoeft niet gitaar te spelen zoals Eddie van Halen of Steve Vai. Laat dat los, zie de schoonheid van muziek, laat je expressie de vrije loop en vind jezelf. Maak gewoon muziek en vind de moed om je eigen statement te maken want dan ben je altijd de beste gitarist op aarde. Alle grote Franse schilders waren dapperder dan ik, zij leefden in armoede en deden het enige wat ze konden, schilderen. Vanuit passie, met vuur in hun hart, vanuit pure liefde. Dat probeer ik door te geven, pure passie!”

Website Robben Ford

MusicCityRoots.com

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.