Tiny Legs Tim [Tim de Graeve] – Leefde zijn droom

In de derde Blueskrant die we uitgaven in 2015 interviewden we Tiny Legs Tim. Een bijzondere ontmoeting met een zeer, innemende, aimabele, avontuurlijke, lieve man. Een bluesconnaisseur pur sang, die musiceerde vanuit het diepste van zijn ziel, labelbaas en bezieler van de Vlaamse blues en rootsscene. In Gent is Tim De Graeve [Tiny Legs Tim] op 25 mei jl. op 44-jarige leeftijd overleden. Graag delen we onze eerste ontmoeting met Tim op deze website en wensen we familie, vrienden, collega’s en iedereen die Tim in zijn hart draagt veel sterkte toe.

Tiny Legs Tim | Foto Wannes Nimmegeers

2 oktober 2015 – Dijkmagazijn – Festival de Oversteek – Bemmel

Het is een koude dag en de wind jaagt ijzig over de dijk. Wanneer we aan komen lopen zien we Tim in de verte. Met zijn handen diep in zijn zaken slentert hij eenzaam over de kale, koude dijk. Zijn silhouet tekent scherp af tegen een verlaten achtergrond. Als dit geen blues is weten wij het ook niet meer. We nemen plaats aan een picknick tafel aan de rand van de dijk. Het is droog maar guur en we warmen onze handen aan een kop koffie.

Tiny Legs Tim is de Vlaamse bluesmuzikant Tim De Graeve. Tim zwerft als one man band door Europa en speelde samen met artiesten als The North Mississippi Allstars en Ian Siegal. Daarnaast is hij samen met Lightnin’ Guy verantwoordelijk voor en ambassadeur van een inmiddels levendige bluesscene in Gent.

Ook op Festival De Oversteek speelt Tim solo, zichzelf begeleidend op gitaar en stampend met de hakken van zijn laarzen. Hij heeft inmiddels een aantal cd’s op zijn naam staan, waarvan de laatste ‘Stepping Up’ eind februari 2015 uitkwam. Wij spraken met Tim over zijn leven, zijn crossroad en hoe de oude gitaar van zijn opa weer tot leven kwam.

“Ik ben geboren in 1978 en in de jaren negentig opgegroeid met grungemuziek maar de blues is altijd aanwezig geweest in mijn leven. Mijn vader komt uit mei 1968, dat zegt misschien wel genoeg. Legerdienst opgezegd, burgerdienst opgezegd, kortom de generatie die het systeem wilde veranderen door te stoppen met hun studie. Mijn vader was één van de weinigen die dat effectief ook deed. Hij had veel platen en muziek, vooral jazz en klassiek, maar ook een stuk of zes bluesalbums waaronder Blind Lemon, Jefferson, Lightnin’ Hopkins, Mississippi John Hurt. Ook al begreep ik er inhoudelijk nog niet veel van, die sound van de oude zwarte blues trekt me al aan vanaf voordat ik het me herinner. Ik verstond geen Engels, ik begreep nog niets van de historische achtergronden maar het zette iets in mij in gang. Dan gaat het louter over de universele waarde die die muziek heeft.”

De blues en een oude gitaar

“Toen ik vijf was vond ik een gitaar van mijn opa op zolder. Zelf kon hij niet meer spelen dus ik kreeg de gitaar mee. Toen ik acht was ging ik, met die oude gitaar, naar de muziekschool maar van hen moest ik een nieuwe, klassieke gitaar kopen. De oude belandde in een hoek. Het werd de gitaar die mee mocht op kamp. Dat instrument heeft afgezien, ongelofelijk, die sta ik nooit meer af. Ik speel er nog steeds op en heb hem nu ook bij me. En sinds die tijd speel ik dus al muziek. Mijn eerste optredens deed ik toen ik veertien was. Geïnspireerd door protestsong en singer-songwriters als Bob Dylan schreef ik eigen nummers. Daarnaast heb ik altijd geprobeerd blues te spelen maar dat ging moeizaam.

Foto: Nineke Loedeman

In de jaren negentig, nog voor het uitrollen van het internet, was er in mijn omgeving niemand bezig met blues. Dat was lastig, ik kreeg weinig input. Hier en daar pikte ik toch iets op en eind jaren negentig had ik een bluesrock trio waar ik echt leuke dingen mee heb gedaan. Daarnaast studeerde ik biologie en na mijn studie begon ik als leerkracht. Toen ging het mis, ik werd ziek.”

Crossroad

“Ik heb een aangeboren afwijking aan mijn lever en na mijn studie ging dat de verkeerde kant uit. In 2002 werd besloten dat ik een transplantatie nodig had. Ik kwam op een wachtlijst maar de situatie verergerde en het risico werd te groot. Toen heb ik een living related donatie gekregen van mijn moeder. Dat was heel onwezenlijk. In eerste instantie leek het allemaal goed te gaan maar op een gegeven moment is er toch een complicatie opgetreden en bleek ik slechter af dan voor de donatie. Dat heeft ettelijke jaren geduurd en ik ben in die periode een aantal keren echt door het oog van de naald gekropen. In 2007 werd ik opnieuw getransplanteerd en vanaf daar is de kentering gekomen en is het steeds beter geworden. In die zes jaar dat ik ziek geweest ben was het niet alleen maar slecht.

Foto: Erik Luyten

In de periodes dat het wat beter ging ben ik begonnen met teksten schrijven en muziek maken en in 2008 heb ik de gitaar van mijn grootvader herontdekt. Mijn grootvader was inmiddels overleden. Ik kon niet op zijn begrafenis zijn omdat ik in het ziekenhuis lag. Dat is één van de redenen dat ik per se op die gitaar wilde spelen. De enige manier was echter slideguitar. Daar heb ik heb mezelf op geworpen en ik heb me dat in een hele korte tijd eigen gemaakt. De periode van mijn ziekte was mijn crossroad. Dat was het moment in mijn leven dat het voor mij duidelijk werd dat ik geen compromissen meer zou sluiten.  Ik sloot mijn pact met de duivel en heb letterlijk gevraagd; laat mij leven en ik besteed de rest van mijn leven aan de blues.” 

Onverbiddelijk

“Wanneer je zes jaar uit de roulatie bent geweest kent niemand je meer, dan moet je vanaf nul beginnen. Mijn eerste optreden na mijn ziekte was op mijn verjaardag, november 2008. Ik weet het nog heel goed. Met vier nummers werd het een optreden van een kwartier en het was geweldig. Ook als was ik zelf niet helemaal tevreden, de mensen waren heel enthousiast en dat was de stimulans om door te gaan. Ik had inmiddels heel wat singer/songwriternummers geschreven en die ben ik eerst alleen gaan spelen, gewoon op een folkgitaar. Om dat te ondersteunen heb ik heb toen ook een band opgericht maar ik denk dat ik in die tijd redelijk onuitstaanbaar was. Ik moest van alles van mezelf en was vreselijk nerveus. Ik had zo’n ongelofelijke drive. Zes jaar lang had ik niets kunnen doen. Ik wilde die jaren die ik verloren had inhalen en ik was daar onverbiddelijk in. Als iets me tegenstond of mij achterop hield, veranderde ik dat. Het solo spelen gaf mij echter zoveel voldoening dat ik de band uiteindelijk heb opgedoekt. Ik heb een jaar of vier praktisch alleen maar solo gespeeld. Op mijn tweede album spelen een drummer en een bassist mee maar in de praktijk kwam het er toch op neer dat ik alleen optrad.  Nu met de derde plaat heb ik echt wel een toffe band waarmee ik ook veel optredens doe. Het was wel echt weer wennen om samen te spelen maar ik sta er nu anders in. Ik ben er weer aan toe om dit te doen en ik heb een punt bereikt waarop ik muzikanten kan uitzoeken die ik nodig heb om dat te bereiken wat ik voor ogen heb. Dat scheelt tijd, ik hoef niet de muzikale identiteit van iemand proberen te veranderen. Ik weet nu dat ik kan zeggen; dat wat hij doet, dat moet hij komen doen, bij mij.”

Evenwichtspunt

“Bij mijn crossroads heb ik een pact gesloten. Tot nu toe ben ik mijn deel nagekomen, ik wijd mijn leven aan de muziek. Ik kan ervan leven. Mocht er niets gebeurt zijn dan had ik deze keuze mogelijk nooit gemaakt. Dan gaf ik nog les en was muziek een hobby. Door wat er allemaal is gebeurd werd ik voor de keuze gesteld ‘Wat wil je nu echt met je leven?’. Dat was voor mij wel duidelijk. Ik had niets om voor te vechten behalve deze keuze voor muziek. De artsen, mijn vechtlust en mijn pact hebben ervoor gezorgd dat ik er nu nog ben. En dat ik nu doe wat ik doe zorgt ervoor dat ik vrede heb met alles wat er is gebeurd.

Foto: Anton Coene

Natuurlijk heb ik het geluk dat ik alles alleen kan doen. Er zijn maar weinig artiesten die van hun muziek kunnen leven. Ik ben niet afhankelijk van andere muzikanten of een band en ik heb altijd alles, mits respectvol, aangenomen. Het is hard werken, het kost tijd en je moet het echt wel willen maar ik speel gewoon heel graag. Nu, met het derde album zit ik precies op een evenwichtspunt. Ik denk dat ik het moment bereikt heb dat de onrust verdwijnt. Ik leef mijn droom en heb voor mijn gevoel laten zien dat ik mijn ‘part of the deal’ na kom.”

GitGo Blues Festival 2019

In 2019 nodigden wij [Dé Blueskrant] Tim uit om te komen spelen op het GitGo Blues Festival in Het Burgerweeshuis in Deventer. Het was een heerlijk weerzien met Tim en zijn band [waar ook Steven Troch deel van uitmaakte] Tim leverde een fantastische show af, energiek, gedreven, meeslepend en ronduit meesterlijk. Stijn van Baalen legde een deel vandeze show op 21 december 2019 vast voor ons.

Dé Blueskrant editie 23 | Bericht van Tim

In de rubriek ‘Hoe is het nu met’ vroegen we in april 2021 diverse ‘Vrienden van Dé Blueskrant’ hoe zij zich in de coronaperiode staande hielden. Ook Tim wilde graag zijn verhaal doen.

“Ik denk vaak: al goed dat we van tevoren niet wisten dat dit zo lang zou duren. Het is nu meer dan een jaar en de wereld is stil. Er ligt stof op de podia en er gaapt een leegte in mijn ziel. Aanvankelijk was er naast angst voor dit onbekende virus en medeleven met onze zorgsector en de getroffen families, vaak een gevoel van opluchting. Een gedwongen time-out voor de wereld en elk van ons. Even ontwaken uit de hypnotische rat race en genieten van evidente kleine dingen. Het is dan misschien wel de grootste naoorlogse crisis, we hebben nog steeds vrede, een dak boven ons hoofd, een gevulde koelkast en WC papier. Ook lijkt er plots geld in overvloed om deze crisis te bekampen en wordt de besparing retoriek zonder omzien achterwege gelaten. Mijn punt: we zitten hier zo slecht nog niet. Maar dan komt die verjaardag. De pandemie raast verder en de bereidheid om er daadkrachtig komaf mee te maken brokkelt af. Zowel bij de politiek als de algemene bevolking. Een combinatie van factoren die alleen maar bijdraagt aan het eindeloos ge-jojo van deze crisis. Die vaststelling maakt het zwaar. De polarisatie wordt op de spits gedreven, fake news en complottheorieën overspoelen ons, het eigen gelijk en de individuele vrijheid lijken te primeren. De waan van de dag, opium voor de mediajunks. Een ding is zeker, al dat geroep lost het probleem niet op.

Ja, ik wil ook mijn vrienden zien, ik wil af van dat verdomde mondmasker, ik wil opnieuw kunnen optreden in een overvolle zweterig club, ik wil terug feesten, ik wil me vrij voelen, maar niet ten koste van anderen. Als risicopatiënt voel ik me persoonlijk aangesproken door dit virus. Ik weet wat het is om lange tijd in het ziekenhuis te verblijven en om weken aan een stuk op IC te liggen. Ik heb eindeloos respect voor ons zorgpersoneel en ik kan je verzekeren dat —eens je daar ligt— het doodgewoon lijkt dat je de best mogelijke medische zorgen ontvangt. Dat dit in het gedrang komt door het volstromen van de ziekenhuizen is ronduit tragisch voor zowel zorgverleners als patiënten.

Opnames Call Us When it’s Over | Foto: Anton Coene
Foto: Erik Luyten

Toegegeven, soms hou ik het ook amper vol en de frustratie groeit. In 2020 kon ik me nog bezighouden met de productie en promotie van het —in de eerste lockdown opgenomen— album ‘Call Us When It’s Over’ (SMT-020, 2020) en dat was maar goed ook. De opname sessie eind juni 2020 was een reactie op de lockdown en een excuus om nog eens met mijn vrienden samen te spelen. Het therapeutisch effect trok zich door in de tweede lockdown, maar is nu —bij nummer drie— toch wat uitgewerkt. Hoe lang duurt dit nog denk je? In ieder geval je weet ons te vinden: ‘Call Us When It’s Over”!

Tim de Graeve | 1978 – 2022

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.